SONGWRITERS WALL OF FAME

14 september 2026 is Frank geëerd met een plek op de Songwriters Wall of Fame.
Een prijs die door een jury toegekend wordt aan singer/songwriters die een langdurige en uitzonderlijke bijdrage geleverd hebben aan de Nederlandse muziekgeschiedenis.
Frank ontving de award uit handen van vriend Sinan Can, met de volgende mooie woorden:

Sommige mensen worden geboren in een stad.
En sommige mensen worden door een stad geboren.
Door haar straten… door haar mensen… door de rivier die langs haar heen stroomt en alles lijkt te hebben gezien.

Nijmegen is zo’n stad.

Een stad die maar een paar meter hoger ligt dan de rest van Nederland, maar waarvan wij Nijmegenaren graag denken dat wij daardoor net iets dichter bij de hemel wonen.

Misschien zijn wij daarom ook een tikje emotioneler. Want in Nijmegen stroomt niet alleen de Waal, er stroomt iets door mensen.

En soms, als de wind over de rivier komt en de lucht boven de Waal trilt, lijkt het alsof ook de harten van de Nijmegenaren een beetje meetrillen.

In die stad werd, als jongste in een gezin van tien kinderen, een jongen geboren.
Een arbeidersgezin. Een vol huis. Veel stemmen. Veel verhalen. Veel klanken. Liefde en ongetwijfeld ook zorgen.

Op het gymnasium begon die jongen gedichten te schrijven. Muziek maakte hij al met zijn broers en vrienden. Hij zong vooral in het Engels, want zo hoorde het in die tijd.

Tot zijn vader hem een eenvoudige vraag stelde:
Waarom maak je van die gedichten geen liedjes? En waarom zing je niet in het Nederlands?

Soms kan een vader met één zin een deur openen waarvan een zoon pas jaren later begrijpt hoe groot de ruimte erachter was.
Hij ging zingen in de taal waarin hij dacht, droomde, liefhad… onze taal.

En hij ontdekte iets wat grote schrijvers weten: dat je met eenvoudige woorden heel diep kunt gaan. Dat je niet hoeft te schreeuwen om gehoord te worden, dat verdriet soms zachter spreekt dan de liefde… en dat een goed lied niet eindigt wanneer de muziek stopt.
Want sommige liedjes duren drie minuten.
En sommige een mensenleven.

Frits Spits zei van de week tegen mij:
“Frank Boeijen moet je voelen, Sinan.”
Dat is waar.

Je kunt niet altijd alles met woorden uitdrukken. Je kunt naar Frank luisteren met je oren. Maar om hem werkelijk te verstaan, moet je soms iets hebben liefgehad… iets zijn kwijtgeraakt… heb je iemand moeten missen… of moet het leven je eerst een wond hebben gegeven waar zijn woorden ineens in passen.

Dat vind ik het wonder van een groot lied of een gedicht.
Dat iemand jaren eerder woorden schrijft zonder te weten wie ze ooit nodig zal hebben.
En dat die woorden op een dag onaangekondigd bij je aankomen.
Precies op het moment dat je zelf geen woorden meer hebt of ze niet meer kunt vinden.

Dat is wat muziek uiteindelijk doet: ze neemt het verdriet niet van je af, maar gaat er even naast zitten.
Dat is de kracht van Frank.

Hij schrijft en zingt over liefde zonder haar kleiner te maken.
Over verlies zonder het op te lossen…
Over de wereld zonder erboven te gaan staan…
Er zit engagement in zijn werk, maar altijd de mens voorop.

In Zwart Wit zong hij over racisme toen Nederland daar nog lang niet graag over sprak. Niet met opgeheven vinger, maar door ons te laten kijken naar wat er gebeurt wanneer we een mens niet meer als mens zien.

En in liederen als Paradijs van Het Grote Niets kijkt hij naar een wereld waarin mensen kunnen verdwalen tussen macht, angst, onverschilligheid en de grote bewegingen van de geschiedenis.

Frank heeft nooit geprobeerd ons te vertellen wát we moeten denken. Hij vraagt ons vooral om te blijven kijken. Naar degene die anders is. Naar degene die buiten de groep valt. Naar wat oorlog, onrecht en uitsluiting met gewone mensen doen.

Misschien is dát werkelijk engagement: niet het hardst roepen dat de wereld moet veranderen, maar ervoor zorgen dat we de ander niet uit het oog verliezen.
En onder alles brandt hetzelfde vuur: een ontembare liefde voor muziek en voor het verhaal van de ander.

We komen uit dezelfde stad, uit arbeidersgezinnen, gevormd door mensen die niet altijd grote woorden gebruikten voor grote gevoelens.
En door de Waal, die ons leerde dat je niet recht hoeft te lopen om ergens aan te komen.
De rivier meandert… een mensenleven ook.

We worden verliefd, we raken elkaar kwijt, we zoeken, we vinden en we nemen afscheid.
En ergens tussen dat alles klinkt muziek.
Soms als herinnering, soms als troost en soms als een hand die je in het donker vindt.

Lieve Frank,
jouw liedjes zijn al lang niet meer alleen van jou. Ze zijn terechtgekomen in levens die je niet kent.
Bij geliefden. Bij mensen die afscheid moesten nemen. Bij iemand die ’s nachts alleen naar huis reed en ineens één zin hoorde die precies vertelde wat hij zelf niet kon zeggen.

Dat is het mooiste wat een kunstenaar kan bereiken: dat zijn woorden uiteindelijk herinneringen van anderen worden.
Dat is wat een liedschrijver achterlaat: geen woorden op papier, maar woorden in mensen. En zolang die woorden daar leven, blijf jij zingen.

Frank Boeijen, jij bent de troubadour van het hart.

Het is mij een grote eer om jou deze prijs te mogen overhandigen.

Deel dit bericht