De hemel bestormen met woorden en melodieën

Zaventem, 5 mei 2018

Zaventem, karakterdorpje van doorleefde arbeidershuisjes en authentieke smalle steegjes, onder de rook van de bruisende metropool Brussel. De warme lentezon omhult het pleintje voor De Factorij met goudgeel licht. De bomen glinsteren lichtjes wiegend als kristallen kroonluchters aan de blauwe hemel.

Ik zoek de ingang van het monumentale pand. Een parel van moderne architectuur in veredeld beton met speelse strakke lijnen. Tref gitarist Peter op de trappen. Zwart concertpak nonchalant over de schouder gedrapeerd, een kleine reistas in de hand. Muzikant van de eeuwige goede luim. Onze lange schaduwen vluchten voor ons uit terwijl we tot bij de artiesteningang lopen. De gloednieuwe muziekfabriek blijkt beveiligd als een atoombunker. Het hek en elke deur die we door moeten – en dat zijn er nogal wat in de catacomben die naar het podium en loges leiden – zijn beveiligd met hightech codeklaviertjes. De vriendelijke crew van De Factorij gidst ons door de wirwar van gangen en traphallen, die de heerlijk hilarische verdwaalscènes uit Spinal Tap in onze gedachten oproept. Je weet wel, de rock-‘n’-roll band die uren backstage ronddwaalt en de doorgang naar het podium maar niet vindt.

In het aardedonker schuifelen Peter en ik voorzichtig via de achterkant de bühne op. In de coulissen geurt het naar koffie, en er klinken wat dwarrelende noten: pianist en toetsenmagiër Ton streelt de huisvleugel ter verkenning. Drummer Florian installeert nauwgezet zijn cimbalen. Bassist Charles checkt zachtmoedig zijn lady, de majestueuze contrabas die in elke vezel meer dan honderd jaar muziek herbergt. De begroeting is een warm bad van amicaliteit en respect met een vleugje humor en een omhelzing. Geluidsingenieur Frans en lichtman Geerd, de verborgen sterkhouders van deze Boeijen-tour, zijn hier al enkele uren druk in de weer geweest met het zorgvuldig opstellen van de backline en het prepareren van de licht- en geluidsinstallatie. En ze hebben het – zoals altijd – prima voor mekaar. De eerste lijntjes en melodieën die worden gespeeld, klinken helder, open en uitnodigend en waaieren zwierig en krachtig de zaal in. Arie, de Elvis van de Algehele Begeleiding, arriveert en loopt in vederlichte slow motion over het podium. Met de Zanger hartverwarmend lachend in zijn spoor. De soundcheck verloopt snel en efficiënt.

We nemen de lift naar de loges op de tweede verdieping. De kleedkamers liggen tegenover een immense glazen wand die uitgeeft op een balletzaal. De Zanger houdt even halt en observeert hoe één ranke danseres solitair, elegant en verstild stretchoefeningen uitvoert in duet met haar spiegelbeeld. “Een mooi plaatje, toch?”. Zo staat hij, de estheet pur sang, in het leven: voortdurend alert voor impressies van schoonheid die zorgvuldig in hoofd en hart worden bewaard, om misschien ooit in een troostend liedje te worden gegoten.

We lopen naar een afgesloten dakterras om even wat van de genadige zon te genieten. Nemen plaats in felrode designstoeltjes. De zanger rolt routineus een sigaret, nipt behoedzaam van een glaasje witte wijn. Een wat verlegen melancholicus met een flard British gentleman. Vraagt hoe het me gaat, schuift de bril naar het puntje van de neus, zachte blik in de ogen. Ik knik oké. 31 jaar vriendschap hoeft weinig woorden.
Dan grasduint hij in het leven van de voorbije weken. Anekdotes over het ritme van de mooie waanzin tijdens een tourleven. Over de vriend die zijn vrouw heeft verloren. Over de soundtrack waar hij geïnspireerd aan werkt, melodieën die het schurende leven in een Nijmeegse volksbuurt moeten omhelzen. En er worden liefdevolle plaagstootjes uitgedeeld aan ‘invaldrummer’ Florian, aan de onverstoorbaar mysterieuze Arie. Herinneringen borrelen op aan Ton die een tijdje geleden een kleedkamer moest delen met… een gouden Smurf. Hilarisch geschater. Het onweerlegbare omen dat de toon gezet is voor een bijzondere, mooie avond.

“We gaan eten!”. Er is gereserveerd bij een Italiaan om de hoek. We palmen het geïmproviseerde terras op de stoep in. Tot consternatie van de restauranthouder die zich zorgen maakt om de zachte frisse bries: dineren in de tocht is toch niet optimaal? Peter: “Gewoon de deur dicht doen hoor, dan tocht het al een stuk minder.” We proesten het uit. En Arie dirigeert in z’n beste onvolkomen Frans de obers met wijn en water naar de klaptafeltjes buiten, druk gebarend waar het moet. Het verleidt Charles tot een serenade: “Franky en Ari-aan dat zijn de beste vrinden, die je maar kan vinden…Ari-aan is acrobaat en Franky zit vol kattenkwaad…”. Onze gulle lach echoot door de Zaventemse straten. Tijdens het eten staat de muziek, hun onvervangbare levenselixir, centraal. De Zanger laat enkele oude demo’s horen waar hij opnieuw mee aan de slag wil. De setlijst wordt doorgenomen: “Wat doen we vanavond in de toegift?” Band en Zanger komen zo langzaam maar zeker in de flow die de muze aanroept.

“Nog 5 minuten.” De theatertechnicus declameert het met dwingende zachtheid. De mannen staan klaar, strak in het pak. Ik sluip met Frans en Geerd over het podium de goedgevulde zaal in. Het zaallicht dooft en het geroezemoes verstomd. Drummer Florian opent met een verslavend pulserend ritme, dat voelt als de monotone trance van een naderende trein en trekt Op Zoek Naar De Verloren Tijd op gang. Bas, toetsen en gitaar vallen gedistingeerd in. Een monumentaal sleutelnummer in het rijke oeuvre van de Zanger dat je als toeschouwer meteen naar zijn universum van schoonheid en troost katapulteert. Een toonbeeld van harmonie en melodie die het wezen zijn van zijn muziek. Dan komt hij op, onder een uitnodigend applaus, gordt de Guild om, beroert krachtig de snaren en stuwt goed bij stem en bezield zijn woorden de zaal in. Kippenvel.

Ook in het kleine, geraffineerde musiceren tonen de band en de Zanger hun meesterschap. Achter de wolken raakt dankzij de ingetogen dansende piano-akkoorden van Ton, die subtiel beantwoord worden door heldere lijntjes van Peter op gitaar. Ze omranden de sobere, uitgeklede tekst met magische klankkleuren. In die eenvoud en helderheid zijn de Zanger en zijn liedjes oppermachtig en hebben ze hoofd en hart van het publiek in hun hand.

Een vleugje ouderwetse rock’n’roll mag uiteraard niet ontbreken, met een heerlijk groovin’ Het antwoord ter ontlading. Het swingt als een tiet, zeggen we dan in Vlaanderen wel eens. Met dank aan Charles en Florian. Het dient als contrastrijke amuse voor het filmische pareltje Jij bent hier van Palermo waarin de Zanger het verlangen bezingt met zijn typische tegendraadse timing. Er schemert een vleugje Frans chanson en Satie door deze compositie, die reikt naar de hemel mede dankzij de vallende sterren van Peter op mandoline. Een wiegelied voor volwassenen.

Schuilt er in de dood en het verdriet enige helende poëzie? Wie Gras aanhoort, het snijdende gedicht van Michiel Van der Plas dat de Zanger jaren geleden op muziek zette, kan niet anders dan deze vraag bevestigend beantwoorden. Een lied dat schaaft en schuurt, maar ook vervult met warmte over wat is geweest. De perfecte voorbode voor the all time classic ballades Voor jou alleen en Zeg me dat het niet zo is, waarin de gloedvolle stem van de Zanger zijn volle bereik etaleert en balsemend elke ziel verovert.

Van eerlijk en broos sentiment naar onvervalst engagement. De Zanger deelt zijn onrust over de staat van de
wereld en de clash der beschavingen met Het lied van de doofheid. Oprechte verontwaardiging en een oproep tot mededogen voorzien van een nieuw en verfrissend muzikaal jasje, met hulde aan Charles op de contrabas.

De eerste set eindigt met een muzikale explosie: het majestueuze De verzoening – een lied dat voorgoed gebeeldhouwd staat in het collectieve geheugen – gevolgd door Hoe het ook gaat. Een Palermo diamant die zich behoedzaam sluipend argeloos in je geest nestelt en zich vervolgens ontvouwt tot een van de meest pakkende en stuwende odes aan de liefde die de Zanger ooit heeft geschreven.

De tweede set start met het drijvende en deinende Jesamy, een heupwiegend welkomstlied voor een pasgeborene, vol onschuld en onvoorwaardelijke liefde, waar de Zanger zich fluitend doorheen danst vanachter de vleugel.

De band en de Zanger hebben de avond opgebouwd met een zorgvuldig uitgekiende balans van contrasterende
liedjes. Na het lichtvoetige Jesamy volgen het van heimwee vervulde en pompende Nijmegen bij zonsondergang en het verstilde, kwetsbare Alles is teder. Een subtiel hartverwarmend schilderijtje van kleinmenselijk geluk gepenseeld met een handvol rake woorden op de magistrale klanken en akkoorden van Ton.

Dan golft Hollandse hemel de zaal in, een song die je overdondert en meesleurt. Die trekt en duwt, en waarin de band en Zanger met een kracht van 10 op de schaal van Richter uithalen. Maar je kan en mag daarna weer ademhalen met een frivole pianoversie van Welkom in utopia, waarin de Zanger het publiek speels doch dwingend aanzet tot samenzang. Om vervolgens opnieuw te overrompelen als een vloedgolf met het nieuwe nummer Die zelfbedachte hemel. Een onvervalste powersong gedragen door een dominante beat van Florian en Charles en de overrompelende piano & Hammond bedding van Ton waar Peter op gitaar lekker ouderwets overheen scheurt. Er wordt afgesloten in schoonheid met de bedwelmende roes van het lieflijk dromerige Hoe het was.

Het was een bijzonder mooie avond, band en publiek hebben intens genoten en elkaar opgetild. Even was de hemel dichtbij. Dus volgen er dankbare toegiften. De Zanger die à la Dylan alleen met gitaar de hit Zwart wit brengt, gevolgd door de meezingers Kronenburg park en Koud in mijn hart. Om het publiek daarna nog een laatste keer volkomen te verrassen, met het gedurfde Niets is volmaakt. Een pakkend en diepgaand eerbetoon aan een overleden vriend, nu voor altijd een flonkerende ster aan het Boeijen-firmament.

Archief van tourlogberichten lees je hier.